Ik ben de grootste vreemdeling, mijn kunst moet de afstand slechten

Ik ben de grootste vreemdeling, mijn kunst moet de afstand slechten

Geplaatst in: Nieuws | 0

Als kunstenaar zie ik mijn werk als een stuk gereedschap waarmee ik mijn eigen maatschappelijk toeschouwerschap wil doorbreken. Daarbij wil ik het publiek handvatten geven om de in mijn werk aangesneden vraagstukken vanuit een fris perspectief te kunnen benaderen. Mijn werk is een rollenspel waarin ik mijn persoonlijke relatie tot sociale krachtenvelden bevraag. Soms resulterend in simpele, maar schurende statements; ambivalentie is altijd feest!

Een papieren monument
Mijn meest recente project is misschien wel het minst tweeduidig; A paper Monument for the paperless is in april 2017 in Tetem te zien, in het kader van Tetem’s programmalijn Living together with strangers.

Over een tijdsbestek van vier jaar heb ik samen met achttien collega-kunstenaars 61 ongedocumenteerde vluchtelingen vereeuwigd in hout gesneden portretten. Met het doel een papieren monument op te werpen, door deze portretten in grote getale af te drukken en rond te plakken door Nederlandse steden.

Dit alles begon als een workshops op uitnodiging van vluchtelingen collectief We are here. Om de ongedocumenteerden, die niet mogen werken, een vorm van expressie te geven en meer zichtbaarheid voor hun situatie te genereren. Later groeide het project uit tot een gemeenschappelijke artistieke inspanning. Om aandacht en warmte te geven aan gezichten die normaal enkel onpersoonlijk, bijna industrieel worden verwerkt.

Pogingen tot verbinding
Zoals in al mijn projecten probeer ik bruggen te slaan. In dit geval door kunstenaars te inspireren hun werk sociaal in te zetten door een relatie met de ongedocumenteerden aan te gaan. Daarnaast wil ik ook een brug slaan tussen de alledaagse realiteit: Nederlandse bewoners en de buitenstaanders, de vreemdelingen die tussen wal en schip zitten. In limbo, niet teruggestuurd kunnen worden, maar ook geen status kunnen krijgen. Wiens leven op pauze lijkt te staan, omdat ze geen baan hebben, laat staan een carrière of een huishouden op kunnen bouwen.

De moraal van het beeld
Dit verhaal wil ik niet nadrukkelijk moralistisch vertellen, ik wil de stad opfleuren met schone portretten. Ik wil vraagtekens opwerpen: Wie zijn die koppen? Wat is het verhaal achter deze portretten? Ik wil een paard van Troje bouwen, opdat men nieuwsgierig raakt naar deze ambachtelijk gesneden gezichten en later via gerucht hoort wat voor verhaal er achter schuilt. Zo moet het Monument uitgroeien tot een internationaal gedenkteken.

De potentie van de publieke ruimte
Het mooie van publiekelijk werken is dat vreemden je werk tegenkomen en er mee aan de haal gaan. Ik ontvang veel reacties. Deze week schreef een docente uit Spanje me of ze het papieren monument als lesmateriaal mag gebruiken, om dit onderwerp op een frisse manier bij haar leerlingen aan te snijden. Zulke reacties geven me het signaal dat het kunstwerk z’n werk doet.

Bruggen als leidraad, soms absurd, soms eenduidig
In eerste instantie is Het papieren monument in haar intentie eenduidig en daarmee voelt het project, voor mijzelf, als een buitenbeentje tussen mijn andere projecten: het aanbieden van Een dag gratis hulp aan alle Amsterdammers, het oprichten van Monumenten voor prima mensen en Wilderswebwinkel.nl. Echter, al mijn projecten gaan over het slaan van bruggen, het aangaan van nieuwe relaties, nieuwe groeperingen contacteren. Soms absurdistisch en ambivalent, soms poëtisch.

De projecten beginnen met het maken van een persoonlijke brug. Daaropvolgend hoop ik mijn publiek – met mijn performatieve en publiekelijke experimenten – te inspireren tot een poëtische vorm van engagement: als een lichte revolte tegen het normale, het alledaagse en het lineaire. Geen toeschouwer van het leven zijn, maar middels interventies nieuwe handvatten maken en nieuwe contacten leggen.

Mocht je Het papieren monument in je eigen omgeving op willen richten, kom dan naar Tetem, haal daar de gratis poster-set en plak, nagel of tape de portretten rond!

~ geschreven door Domenique Himmelsbach de Vries

Een brug bouwen over het ‘zwarte gat’

Een brug bouwen over het ‘zwarte gat’

Geplaatst in: Nieuws | 0

In mijn vorige blog voor Tetem beschreef ik hoe ik balanceerde rond het beruchte ‘zwarte gat na de kunstacademie’. Het is een treffende benaming voor de problematiek van een beginnend kunstenaar. Na je opleiding moet je zelf je weg zien te vinden binnen de harde wereld van de kunst. Dat is niet eenvoudig, voor je gevoel tast je dan ook al snel in het duister. De Nieuwe Makers Regeling van de Provincie Overijssel, die ik in augustus vorig jaar toegekend kreeg, bood mij het perfecte vangnet. Dankzij deze regeling kreeg ik een jaar lang de ruimte om me te focussen op mijn ontwikkeling als kunstenaar, zonder financiële stress. Ik kon mijn geluk niet op.

Mijn ontwikkelingsjaar
Inmiddels zit ik al weer op de helft van mijn gesubsidieerde ontwikkelingsjaar als Nieuwe Maker. Onder begeleiding van Tetem werk ik aan het behalen van de doelstellingen die wij samen opstelden om mijn kunstenaarspraktijk te professionaliseren. Dit heeft al veel kennis en ervaring opgeleverd. Ik volgde een masterclass, maakte een nieuwe website, blog en artist statement, hielp mee aan tentoonstellingen, werkte voor een fotograaf, deed veel literatuuronderzoek en ontwikkelde een toekomststrategie. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat ik zelfstandig werk aan nieuwe kunstprojecten. De eerste productie is inmiddels afgerond en de tweede bijna. Ik maak in dit ontwikkelingsjaar tenminste vier nieuwe fotoseries. Deze werken ga ik komende zomer, aan het eind van het traject, presenteren in mijn eerste echte solotentoonstelling. Om het laatste beetje budget hiervoor in te zamelen, start ik binnenkort een crowdfunding actie op voordekunst.nl. Dat is best spannend, maar zeker ook interessant om een keer te doen.

Het zwarte gat als onderdeel van de kunstenaarspraktijk
Ik werk nu dus echt als fulltime kunstenaar, in mijn optiek het mooiste beroep van de wereld. Maar hiermee is het zwarte gat niet helemaal verdwenen. Ik heb gemerkt dat het ‘zwarte gat-gevoel’ toch enigszins bij kunst maken hoort. Dit heeft te maken met het principe dat je ‘iets’ uit ‘niets’ probeert te creëren. Dan loop je toch af en toe tegen jezelf aan. Een plaatje in je hoofd vertaalt zich niet vanzelfsprekend naar een echt beeld. Tegelijkertijd zoek je als kunstenaar toch vooral naar beelden die het ‘mooie’ overstijgen en wat toevoegen aan de wereld. Hier bestaan geen regels of richtlijnen voor, het moet uit jezelf komen. Dat het soms lastig is bevestigd alleen maar dat je met iets bezig bent dat de moeite waard is. Het wordt dus tijd om het zwarte gat, in bepaalde mate, te omarmen. Het hoort er een beetje bij; je bent op de goede weg.

Een brug bouwen
De subsidie van de Nieuwe Makers Regeling is natuurlijk een tijdelijke uitkomst. Het hekje rond het zwarte gat is straks weer weg. Dan moet ik een nieuwe manier vinden om aan mijn eigen projecten te kunnen werken en ondertussen toch financieel rond te komen. Met de middelen die het subsidiejaar mij biedt, werk ik dan ook aan mijn eigen bouwwerk óver het zwarte gat. Ik noem het maar even een brug: een stevig pad waarvandaan je af en toe veilig naar beneden kunt turen, zonder te vallen. Dit jaar heb ik in ieder geval alle bouwmaterialen tot mijn beschikking.

Vroeger wilde ik alles meteen. Zo jong mogelijk wilde ik al zo ver mogelijk komen. Nu is er natuurlijk niks mis met een flinke dosis ambitie, maar ik begin me te verzoenen met het feit dat die ambitie moeilijk te combineren is met het kunstenaarschap. De tijd die nodig is om jezelf en je werk te ontwikkelen, is een té cruciaal onderdeel van de kunstpraktijk. Met elk project kom je weer een stapje verder. Het ontwikkelen van integere kunst gaat nou eenmaal gepaard met vallen en opstaan, en steeds maar dieper gaan. Het is dan ook vooral een kwestie van volhouden. Je moet eigenwijs zijn, maar niet te eigenwijs om naar de input van anderen te luisteren. Er zullen dagen zijn dat je het allemaal even niet meer weet, dat is niet erg. Gewoon doorgaan en rustig aan je brug blijven bouwen. Een bouwwerk dat overigens nooit helemaal af zal zijn. Maar hopelijk wel mooi stevig wordt.

~ geschreven door Hanna Jansen

– Meer over mij? Mijn fotografie en blog vind je op mijn website: www.hannajansen.com en mijn avonturen kan je volgen via Facebook, Twitter en Instagram.
– Meer weten over het Talent & Development Program waarbij Tetem (jong) talent uit de regio een kans biedt om te werken aan de ontwikkeling van talent, netwerk en professionalisering? Kijk dan op tetem.nl/cultuur-en-ondernemen
– Wil je meer weten over de Nieuwe Makers Regeling? Check de site van de Provincie Overijssel.

Welke toekomst willen we eigenlijk?

Welke toekomst willen we eigenlijk?

Geplaatst in: Nieuws | 0

Wist je dat de Belastingdienst controleert of je je aangifte wel goed invult en dat doet d.m.v. van categorieën? Je valt in zo’n categorie op basis van je postcode, maar bijvoorbeeld ook door het aantal negatieve Tweets dat je stuurt. Ikzelf vond Twitter altijd een heerlijke manier om ongegeneerd mijn hart te luchten als de trein naar Enschede weer eens uren vertraging had en poes en ik in de vrieskou ergens op een station zonder overdekte wachtkamer moesten wachten. Al mijn tweets beginnen tegenwoordig met “Lieve NS..”.

Wat voor toekomst willen we? Een toekomst waarin Nerveuze Systemen ons controleren en waarin we ons klein en machteloos voelen?

Verscheidene mediakunstenaars haalden eerst hun ingenieurstitel en wilden daarna verder gaan om die o zo spannende toekomst te onderzoeken. Virtuele werelden, de beperkingen in onze menselijke percepties, het technologisch upgraden van ons lichaam. Zijn digitale analyse systemen beter en hoe houden wij daar de controle over? Echter, innovaties gaan zo snel als wij mensen aankunnen.

Kunst kan daarbij een belangrijke brug slaan. Kunst vindt nieuwe toepassingen van innovaties. Kunst bedenkt nieuwe innovaties, nog voordat ze ontstaan. Kunst zet ons aan tot nadenken of we die nieuwe innovaties wel willen. Willen we een ‘1984 toekomst’? Wie wil een app gebruiken als hij vooraf al weet dat daardoor zijn zorgverzekering omhoog gaat, of dat dit betekent dat je op een no-fly list voor Amerika wordt geplaatst?

Wat gebeurt er op het moment dat een data-analysesysteem wél hoort dat je iets zegt over een bom, maar het stuk erna waarin je vertelde dat je een grapje maakte níet opslaat? Onze data-analysesystemen zitten boordevol fouten en daar moeten we voorzichtig mee zijn. Dat zijn we niet, want het is handel.

Dagelijks zie ik op YouTube advertenties omdat Google denkt dat ik graag kinderen wil, koffie drink en ongezond eten koop. In alledrie de gevallen slaat Google de plank volledig mis. Terwijl Google toch een van de slimste data-analyse systemen ter wereld heeft. Je kunt je afvragen welke foutief over jou getrokken conclusies terecht komen bij je zorgverzekering of de overheid? En hoe bureaucratisch zijn die instituten als je de gevolgen hiervan weer recht wilt trekken?

Ik wil graag een smarte elektriciteitsmeter, smarte lichtknopjes, smarte gordijnen, een smarte stad, maar alleen als ik weet dat dit alles niet via internet verbonden is en er geen data kunnen lekken die mij in de problemen brengen. Wat als ik energie bespaar, meer warme truien draag, en de verhuurder ineens denkt dat ik nooit meer thuis ben? Of dat die data verkocht worden en in de handen komen van professionele inbrekers? Datahandel is immers een van de meest populaire handelswaar op Wallstreet. Ik Google regelmatig als de buren ziek zijn of ik iets slims voor ze kan verzinnen. Wat als Google de conclusie trekt dat ikzelf altijd ziek ben? En als ik een nieuwsitem over terrorisme interessant vind en te veel grapjes over Trump like, kom ik dan Amerika nog wel in?

Ik kom zelf overigens Amerika al jaren niet in, door ‘iets dat in mijn dossier staat’. Ik heb geen strafblad, heb nooit iets fout gedaan en geen idee wat er in dat dossier staat. De wet Freedom of Information Act beschermt mij niet. Aanvankelijk schaamde ik mij, omdat mensen misschien zouden denken dat de overheid het altijd bij het juiste eind heeft en ik dan toch wel ooit iets verkeerd zou hebben gedaan. Ik heb inmiddels een officiële verklaring van de Nederlandse Politie dat dit niet het geval is, maar toch luistert het Amerikaans Consulaat daar niet naar. Ben ik het slachtoffer geworden van verkeerde data-interpretatie?

Nieuwe ontwikkelingen zoals Predictive Policing Software zijn geen futuristische filmscenario’s meer. Ze voorspellen wanneer en waar een overtreding of misdaad gepleegd gaat worden en zelfs in plaatsen als Dordrecht wordt deze software al toegepast. In kerken wordt de gezichtsherkenningssoftware ChurchIx gebruikt. Een camera bij de ingang registreert alle bezoekers en als je eens een dienst mist, stuurt het systeem automatisch een mailtje om te vragen wanneer je weer komt, of dat meneer pastoor even bij je langs moet komen om te horen of alles goed gaat.

Wat als je een niet-standaard burger bent en analyse systemen van overheidsdata daar niet op ingericht zijn? Wat wanneer blijkt dat databases van overheden en bedrijven lek zijn en regelmatig worden gehackt? Ik wil niet dat al mijn data overal maar wordt opgeslagen. Ik wil mijn medisch dossier offline. Ik wil ook niet in een auto zitten zonder veiligheidsgordels. Die veiligheidsgordels daar moeten we nu vast over nadenken. En wel met z’n allen.

Er wordt steeds meer politieke beslissingssoftware ontwikkeld, wat gebeurt er als daar fouten in zitten? Denken we wel voldoende na over de ‘veiligheidsgordels’ of laten we dit geheel aan de ‘experts’ over? Ca. 10 jaar geleden was ik betrokken bij de actie WijVertrouwenStemcomputersNiet. Nu pas begrijpen we hoe makkelijk het is om stemcomputers te hacken.

Gratis Apps bestaan niet. Google Maps geeft geen gratis kaarten weg omdat Google zo sympathiek is, maar omdat Google geld aan ons verdient. Ze verkopen onze data door, en kunnen niet bepalen wat er daarna met die data gebeurt. Er is altijd iemand die voor ‘gratis software’ betaalt en dat is niet Google. Dat is de eindgebruiker, dat ben jij. Doordat de vliegtickets op jouw computer iets duurder worden, doordat je zorgverzekering iets omhoog gaat, etc. etc.

Als Nerveuze Systemen steeds groter worden – en wij steeds kleiner – en als alles zo ‘verstopt’ lijkt, wat kan je dan nog doen?

Via Trackography.org kan je volgen waar je data allemaal heen flitst als jij je favoriete krant leest, zoals nieuws.nl, volkskrant.nl of tctubantia.nl.

En initiatieven zoals Bits of Freedom en Tactical Tech geven mensen advies hoe ze veiliger kunnen internetten en raden via hun website alternatieve apps aan die niet je data doorverkopen: https://myshadow.org/resources. Vind je dat te ingewikkeld, dan kan je hulp krijgen, wellicht bij de lokale hackerspace of in privacy cafés die regelmatig georganiseerd worden in bijv. Enschede, Eindhoven en Nijmegen.

– geschreven door Viola van Alphen, curator van de tentoonstelling Homage to Nervous Systems en Internet of Women Things, die ons allebei laten nadenken over welke toekomst we eigenlijk willen.

5 jaar verslaafd

5 jaar verslaafd

Geplaatst in: Nieuws | 0

Ik ben verslaafd aan coderen, al 5 jaar. Het begon met een simpel idee dat ik later Subtwitter doopte. Het idee was om een klein programma te schrijven dat ondertitels van films of series omzette naar gelijkaardige tweets. Dit werkte met ondertitel bestanden. Ik was zo gepassioneerd en overtuigd door dit idee dat ik mezelf leerde programmeren en na 3 weken was het af. Voor het project had ik een paar boeken over programmeren gekocht, maar na pag. 28 gaf ik het op. Ik kwam tot het besef dat het eigenlijk veel makkelijker was om een einddoel te hebben, dan gewoon de taal te leren. De code van het programma was gruwelijk fout geschreven, maar het werkte perfect. Het leverde mijn eerste officiële tentoonstelling op en ik beheerste de basis van het programmeren.

Door mijn nieuwe skill ging er een wereld voor me open. De mogelijkheden waren eindeloos. Wat als ik nu deze data combineer met die data? Ik studeerde in die tijd Mediakunst aan het Kask in Gent en experimenteerde nachten met coderen.

Een groot aantal experimenten verder gebruikte ik meer en meer de open data van steden. In België waren toen alle data van de treinen in realtime openbaar. Hier wilde ik iets mee doen. Ik creëerde een virtuele wereld die België voorstelde waar virtuele personen rondreisden op realtime data van de Belgische treinen. Dus als een trein vertraging had, dan had de virtuele persoon ook vertraging. Als de persoon aankwam in een station koos hij een nieuwe trein en reisde verder. ‘s Nachts ligt de wereld stil omdat er geen treinen rijden in België. Toen dit eenmaal af was schreef ik er functies bij. Eerst kregen virtuele personen een geslacht en een naam, afkomstig van een babynamen website. Later kregen de personen ook emoties. Als een persoon vertraging had voelde hij zich niet goed. Later konden de personen ook verliefd op elkaar worden, voelden zich goed en gingen samen reizen. Zo schreef ik iedere dag wel een nieuwe functie voor de virtuele wereld. Ik heb het project nooit online geplaatst en dit is de eerste keer dat ik erover schrijf.

Beide projecten zie ik als de basis onder mijn coderingsbestaan. Ik denk dat het goed is om eerst een projectidee te hebben waarover je gepassioneerd bent en dan pas een boek te kopen waaruit je stap voor stap de functies van het coderen leert.

Jaywalking en Seattle Crime Cams zijn 2 installaties die ik voor IDFA Doclab maakte en die een uitdaging waren. Het waren projecten die boven mijn skillset lagen, maar ik was ervan overtuigd dat deze installaties gemaakt moesten worden. Voor mij is het dan ook belangrijk dat deze 2 werken in mijn solo tentoonstelling – van 4 mei t/m 30 juli 2017 in Tetem – te zien zijn.

~ geschreven door Dries Depoorter

De solo tentoonstelling van Dries Depoorter wordt mede mogelijk gemaakt door Vlaams Ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Departement Cultuur, Jeugd, Media / Afdeling Kunsten.

Drukwerk

 

1 2 3 4 38